Amerikaanse Stijl:

Deze tekst is een samenvatting: copyright is van de verdiepingscursus oriëntaalse dans door Mariska Heuwekemijer-Assink, Letty Vos, Peter Verzijl en Margot van Widdershoven-Sijbers (Salomé).

De Amerikaanse stijl is een assemblage van Turks, Libanees, Egyptisch, een flinke dosis Oriëntalisme (romantische fantasie over hoe het zou zijn in de Oriënt) en Amerikaanse show.
Daardoor zijn er de volgende elementen in te herkennen: snelheid, atletisch vermogen, grote isolaties, grondshows, dansen met zils, sluiers, zwaarden of slangen. De vrolijke, mysterieuze uitstraling van de danseres appeleert aan het 1001-nacht gevoel dat Westers publiek graag ziet bij een buikdansoptreden, de snelle afwisseling van bewegingen zorgener voor dat het publiek zich geen seconde hoeft te vervelen. De speciaal hiervoor gecomponeerde "routines" met snel opeenvolgende in stukjes opgedeelde muziek stellen de danseres in staat de snelheid en afwisseling vol te houden. Dit maakt wel dat de Amerikaanse stijl meer "buitenkant" dan "binnenkant" heeft.
van eind jaren '70 tot begin jaren  '90 was dit de stijl die in Nederland het meest gangbaar was.

Baladi
In het begin van de 20e eeuw trokken reeds vele van het platteland afkomstige Egyptenaren naar de stad Cairo op zoek naar een beter bestaan. Ook nu nog hebben vele families die al generaties lang in de stad wonen bindingen met de streek of het dorp waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Baladi betekent "mijn land"of "komend van het land". Het staat ook voor een als zodanig genoemde dansstijl die de ziel van de Egyptenaar representeert, de Egyptenaar die dus nog altijd heimwee heeft naar het platteland. Het is de dans van de "gewone" Egyptenaar. Men zegt dan ook wel dat de mooiste baladi-dans thuis te zien is.
De baladi is een stijl van dansen die sensueel en niet-gechoreografeerd is, wordt geïmproviseerd en op de vierkante meter gedanst. De heupbewegingen zijn aards. De muziek is karakteristiek en kent vaste onderdelen (die niet altijd in dezelfde volgorde terugkomen). Vaak begint de muziek met een taqsim (improvisatie) van de accordeon of de saxofoon (vroeger was dat de oud) waarin de danseres  ingetogen de lijnen van het muziekinstrument met haar heupen volgt en vloeiende bewegingen met haar armen dicht bij het lichaam maakt. Dan komt een kort vraag en antwoordspel van de percussionist, de me-atta, wat klinkt als prr tak e doem tak en zich vaak 4 maal herhaalt. De danseres maakt hierop kleine heup of schouderbewegingen. Dan gaat het instrument waarop begonnen was verder maar nu met een maqsoum-ritme erbij. De danseres komt langzaam los en maakt zwaardere heupbewegingen. Vaak komt dan nog een stukje me-atta waarna het ritme versnelt en verandert in het fellahin-ritme en de danseres steeds expressiever gaat dansen. Het muziekstuk eindigt vaak weer met een taqsim waarin de danseres weer ingetogener gaat dansen of wordt dit gevolgt door een tabla-solo.
De dansers is gekleed in een baladi-jurk en niet in een twee-delig cabaret kostuum.
Iedere Egyptische beroepsdanseres heeft baladi in haar repertoire. Bekende baladi-danseressen waren/zijn Suheir Saki, Nelly Foad, Mona Said en Lucy.

Klassiek Egyptische Stijl
Er zijn verschillende meningen over het ontstaan van de Klassiek Egyptische stijl. Er zijn auteurs die zeggen dat deze stijl haar oorsprong vindt in de dansen die eeuwen geleden terug aan de Arabische hoven werd gedanst, maar omdat er in die tijd nog geen videocamera's waren is dit niet te bewijzen. Vaker wordt gezegd dat deze stijl ontstond in de jaren 40 en 50 (met een uitloop naar de jaren 60) toen de Egyptische filmindustrie bloeide, vele danseressen in deze films dansten en speelden en deze dans een aura van verfijning en hoofsheid had. In ieder geval is de term "Filmdans" een vaak gebruikt synoniem voor deze dansstijl.
De klassieke stijl is beïnvloedt door dansstromingen uit het Westen: elementen uit de ballet zoals groter ruimtegebruik, arabesken, ruime armbewegingen en vooral een sterk verbeterde houding die het mogelijk maakte verfijndere isolaties te maken met het lichaam.
De energie van de danseres is hoger en minder geaard dan bij de baladi-danseres. Kun je bij de baladi-danseres spreken van het archetype van de volksvrouw, de klassieke dansers vertegenwoordigt het archetype van de prinses of de filmster. Niet voor niets wordt deze dans door de Egyptenaren Raqs el Hawanim (dans van de dames) genoemd.
De lichtvoetigheid, de wijde armbewegingen, de fijne handbewegingen en vaak kleine isolaties geven de klassieke stijl een elegante maar ook een op het eerste gezicht weinig spectaculaire aanblik. De mate van lichaamsbeheersing is in werkelijkheid echter zeer hoog en moeilijk.
De muziek uit deze tijd is complex en wederom Westers beïnvloedt door de grote orkesten en de vele muziekinstrumenten die gebruikt werden. Niet zelden lieten componisten zich inspireren door Westerse ritmes, maar ook door Latijs-Amerikaanse. Er zijn nog veel fimbeelden uit de jaren 40-60 overgebleven van danseressen als Samya Gamal, Taheya Carioca, Naima Akef, Katy, Houda Shamsheddin, Zeinat Olwi en nog vele andere. Doordat men nog niet in staat was het geluid tegelijk te monteren met de beelden geven de filmbeelden vaak een vervormd beeld van de dansen. Het lijkt vaak alsof de danseressen net naast de muziek dansen. In de tijd dat de latere sterren zoals Nagwa Fouad en Suheir Saki in de films verschenen (begin jaren 60), was dit euvel opgelost.
De klassieke stijl is anno nu nauwelijks meer zichtbaar bij de Egyptische danseressen, wel zijn de bewegingen die klassiek genoemd zouden kunnen worden op een natuurlijke wijze opgenomen, geassimileerd en eigentijds vertaald door de danseressen.

Ghawazee
De Ghawazee zijn naar alle waarschijnlijkheid een bevolkingsgroep die oorspronkelijk niet uit Egypte komen maar zich meer dan 1000 jaar geleden in Egypte gevestigd hebben. Er bestaan meerdere theoriën over hun afkomst. Vaak wordt er van uitgegaan dat ze van zigeunerafkomst zijn.
De Ghawazee hebben meestal in de marge van de samenleving geleefd maar hadden wel een belangrijke functie, namelijk die van muzikant, entertainer/ster, danseres of bruiloften en feesten. Ook is er altijd een link geweest tussen vrouwelijke Ghawazee en de prostitutie.
Ghawazee zijn de danseressen die beschreven werden in reisverslagen uit de 18e en 19e eeuw, toen Europese schrijvers Egypte aandeden. Sommige schrijvers, zoals de Fransman Gustave Flaubert, waren geheel geobsedeerd door deze danseressen. Anno nu wonen de meeste van hen in de streek rond Luxor. De Ghawazee-dans is echter snel aan het verdwijnen. Vaak werd de dans door twee of meer zusjes gedanst. Bekenste representanten zijn de Banaat Maazin (dochters va Maazin) waarvan een van hen, Khariya Mazin, nog steeds lesgeeft in de Ghawazeestijl.
De Ghawazee-stijl kun je onderbrengen in de Shaabi en kenmerkt zich door geaarde basale heupbewegingen en simpele armbewegingen. De danseressen begeleiden zich bijn continu met de sagat en maken grondpatronen door bijvoorbeeld met de ruggen tegen elkaar aan te staan.
Oorspronkelijk werdt gedanst in een soort shirt met lange mouwen, een rok met banen, een hoofdsieraad in het haar en schoentjes aan. Later werd dit vervangen door een baladi-jurk met rijen kralen. het Ghawazee-orkest is in grote lijnen hetzelfde als het saaidi orkest.

Saaidi
Saaidi-dansen komen oorsponkelijk uit de streek tussen Luxor en Assuan en zijn afgeleid van de gevechtsdansen met stokken tussen de mannen. Vrouwen hebben dit op hun beurt overgenomen van de mannen enhebben er een vrouwelijke vorm aan gegeven waarin wordt gespot met de mannelijke kwaliteiten. Desalniettemin hebben de vrouwen de stok als element behouden, hoewel dat slechts dient als ondersteuning van de dans.
De saaidi-dansen kun je scharen onder de Shaabi, de verzamelnaam voor dansen van het platteland. De muziek is meestal vrolijk en ongecompliceerd. Het saaidi-ritme zorgt ervoor dat de dans aards en luchtig tegelijk is. De dubbele drum op het eind van de maat zorgt voor de zwaarte, de geprononceerde tak op het einde van de maat zorgt voor luchtigheid en nodigt bij de vrouwen dans uit tot opwaartse heupbewegingen en sprongetjes. De muziekinstrumenten die te horen zijn zijn karakteristiek: de rababa (strijkinstrument met paardeharen snaren), de mizmar ( een soort hoorn), de ney (rietfluit), de arghul (blaasinstrument met dubbele schacht) en diverse percussie-instrumenten zoals de baladi- of saaidi-trommel (die om de hals gedragen wordt en met twee stokken wordt gespeeld). Moderne, commerciële saaidi-muziek met electronische instrumenten bestaat er tegenwoordig ook. De mannen zijn traditioneel gekleed in twee over elkaar heen aangetrokken galabieja's en hebben een mutsje op het hoofd of een sjaal om het hoofd gewikkeld. De vrouwen dragen een baladi-jurk en hebben een sjaaltje om het haar. De saaidi-danseres draagt geen tweedelig cabaret-kostuum.
De Egyptische danseressen hebben meestal een stukje saaidi in hun repertoire, het is dus nog steeds een geëigend onderdeel van het dansvocabulaire.

Turkse Stijlen
De Turkse buikdans verschilt van de Egyptische door minder geaardheid, meer opwaartse bewegingen van het bekken en de heupen, meer draaiïngen, het aannemen van snel uitgevoerde poses, grondwerk en een grotere naar buiten gerichtheid. Technisch gezien komen de grotere snelheid, de vele draaiïngen en het acrobatische grondwerk naar alle waarschijnlijkheid uit de Centraal-Aziatische dansen.
Grofweg zijn er drie buikdansstijlen in Turkije te herkennen:
1. De Arabesk-stijl. Dit is de Turkse versie van de Arabische buikdans en deze bevat de bovengenoemde technische elementen. Meestal wordt met zils gedanst. Helaas verdwijnt deze stijl steeds meer en wordt ze vervangen door een enerzijds meer Arabisch gerichte stijl en aan de andere kant meer Europese stijl. De vanouds verturkste Arabische muziek wordt steeds vaker vervangen door Arabische popmuziek. In het ergste geval is de buikdans verworden tot een soort gehuppel hetgeen in de toeristische centra te zien is.
2, De Roman-stijl. Deze werd van oudsher uitgevoerd door zigeunerdanseressen op het onregelmatige 9/8 ritme. Maar goede Turkse danseressen beheersen deze stijl ook, die gekenmerkt wordt door ruwe bewegingen met de heupen, sprongetjes en weergave van handelingen van alle dag.
3. Belly Folk. Dit is de dans die onderling door mensen op feestjes wordt gedanst, het is een combinatie van bewegingen die het midden houden tussen de Arabesk-stijl en folkoristische passen.

Libanese Stijl
Libanon ligt geografisch gezien tussen Egypte en Turkije in. Technisch gezien houdt de Libanese stijl het midden tussen de Turkse en de Egyptische: veel snelheid, geaardheid, maar toch meer naar boven gerichte heup- en bekkenbewegingen, grondwerk en vrij veel showelementen. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat het Turkse buikdans op zijn Egyptisch is of Egyptische buikdans op zijn Turks. Libanese (en Turkse) danseressen hebben grote invloed gehad op de ontwikkeling van de buikdans in Amerika. De Libanese stijl is de meest Westers overkomende buikdansstijl, ook door de muziek, die vaak Westers geörienteerd is geweest. Bekende vertegenwoordigsters van de Libanese buikdans zijn Nadia Gamal (1939-1990), Samara en Amani.
Deze tekst is een samenvatting: copyright is van de verdiepingscursus oriëntaalse dans door Mariska Heuwelemijer-Assink, Letty Vos, Peter Verzijl en Margot van Widdershoven-Sijbers (Salomé).
Lestijden
Docenten
Informatie
Nieuws
Locatie